Omstandereffect

pinguins die niet naar elkaar kijken

Gastartikel door Linda Hollander

Geplaatst op dinsdag 15 september 2015 door Nelly de Jong

Ik stond vandaag in de rij bij de supermarkt. Voor me stond een mevrouw van rond de vijftig, en daarvoor een verwarde man die een heel verhaal afstak in het Engels tegen een zenuwachtig kassameisje van een jaar of zestien. Hij vond het – en ik druk me hier maar even netjes uit – niet zo fijn dat er veel aandacht was voor Syriërs en niet voor mannen zoals hij. “Dat is dan drie vijfenzeventig,” zei ze strak voor zich uitkijkend. “Look at me, I’m talking to you!” zei de man, terwijl het arme meisje oogcontact maakte met de mevrouw en mij. “She doesn’t understand, it’s cool,” probeerde ik de boel wat te sussen. Vond hij niet fijn. Werd agressief. Waar ik me mee bemoeide. Hij praatte toch met haar? “What’s your name?” vroeg hij en reikte over de kassa naar het naambordje op haar borst. De mevrouw voor me keek me aan en ik haar. Terwijl drie volwassen kerels in de andere rij zich snel uit de voeten maakten gingen we de confrontatie aan.

Gelijkwaardig

Vandaag was het ook zestien jaar geleden dat mijn vader overleed. Van jongs af aan leerde hij ons dat alle mensen gelijkwaardig zijn, ongeacht achtergrond, opleiding of afkomst. Dat je iedereen met evenveel respect hoort te behandelen, of het nou de directeur of de vuilnisman is. Hij was rechtvaardig en uitermate principieel, nam het op voor de mensen die dat zelf niet konden. Ik heb al wel vaker geschreven over de situaties waarin hij soms verzeild raakte, want hij was nooit bang en greep in als hij dat nodig vond. Mijn opa, politieman in hart en nieren, was net zo. Mijn tantes zijn zo. Mijn neven en nichten. Eigenlijk mijn hele familie. Misschien dat ik het daarom ook normaal ben gaan vinden.

Grote mannen die weglopen...

En daar schrok ik vandaag dus van. Dat een mevrouw en ik een meisje in bescherming nemen en grote mannen gewoon weglopen. Over het omstandereffect zijn al heel wat studies gedaan en dus weten we dat iedereen wel zégt dat ze mensen in nood altijd zullen helpen, maar in de praktijk moet je het maar weer afwachten. Gelukkig waren er ineens een paar jonge jongens die om de man gingen staan en ook op hem in begonnen te praten, de bedrijfsleider kwam erbij en toen de man vertrok (nadat hij mij wat seksuele diensten had aangeboden) ging een medewerker achter hem aan. Toen hij samen met een toevallige passant terugkwam wist hij te vertellen dat de man dronken was en zijn excuses had aangeboden. Iemand vroeg of ze me naar huis moesten brengen. Pfff ben je gek, riep ik stoer. Ik ben niet bang. Ik sla die vent zo plat. Je blijft met je poten van kassameisjes af. “En waarom doet niemand dan wat,” zei de mevrouw verbijsterd. We wierpen een vuile blik naar het rijtje mensen dat nog steeds aan de grond genageld stond.

Sta ik toe dat de wereld verwoest wordt doordat ik op cruciale momenten de andere kant op kijk?

Trillende benen

Eenmaal op de fiets begonnen mijn benen te trillen en dacht ik aan mijn zoon. Hij is op de hallo-je-bent-MIJN-moeder-leeftijd en vind sowieso al dat ik me veel te veel bemoei met anderen. Gelukkig was hij er niet bij, en eerlijk gezegd had ik dan misschien wel heel anders gereageerd. Of gewoon helemaal niet. Ik dacht aan hoe bang ik zelf soms was, als mijn vader zijn rug rechtte en ingreep in een situatie waarin hij ook door had kunnen lopen. Dat ik tegen hem zei dat hij daarmee op moest houden, want ik wist inmiddels dat het ook wel eens verkeerd af kon lopen als je je ergens mee bemoeide en dat je zomaar een mes tussen je ribben kon krijgen. En ik kon niet zonder hem. Mijn zoon kan niet zonder mij. Hoe eindig het leven is, daar ben ik me op deze dag van het jaar bovendien extra bewust van. Maar toch.

Toekijken en niets doen

“Het ergste wat je kunt doen is niets,” zei hij wel eens en pas jaren later kwam ik erachter dat dit zijn vrije interpretatie was van Albert Einstein’s befaamde uitspraak dat de wereld niet verwoest zal worden door hen die kwaad doen, maar door hen die toekijken en niets doen. Terwijl ik bibberend naar huis fietste en nog net niet in mijn broek plaste bij de gedachte dat ik die man op de volgende straathoek misschien wel tegen zou komen dacht ik daaraan. Ik heb niet meer de illusie dat ik de hele wereld kan veranderen, maar ik hoop dat er in elk geval een iemand is die de volgende keer wel twee keer na zal denken voordat hij weer een vinger uitsteekt naar een kassameisje. 

Coaching?

Wil je ook leren je innerlijke zekerheid te vergroten, zodat je daden kloppen bij je normen en je principes? Meld je dan nu aan voor individuele coaching. De gesprekken vinden plaats op het Zuidvliet 292 A in Leeuwarden, Friesland. 

Leuk of waardevol artikel?

Als je dit artikel waardevol vindt voor je zelfvertrouwen, balans of innerlijke rust help dan mee dit te verspreiden door het te delen met andere vrouwen. Dit kan o.a. door middel van de social media knoppen. Ik vind het altijd fijn als je een reactie achterlaat met jouw tips en ervaringen.




Linda Hollander

Linda is getrouwd en moeder van een zoon. Schrijven is haar passie en dat doet ze dan ook graag. Linda is gek op kinderen en heeft een heel eigentijdse en inspirerende kijk op opvoeden en hoe om te gaan met kinderen. Juist ook als kinderen een beetje anders zijn dan anders.


« Wat voor mindset heb jij?
Mindfulness tegen depressie »

Misschien vind je dit ook leuk:

Meer Overtuigingen, Onzekerheid en Angst


Facebook-reacties op dit artikel

Website-reacties op dit artikel

Miranda op maandag 21 september 2015 om 09:33
Ik heb jaren geleden ook zoiets meegemaakt, al was dat wel van een iets andere orde, maar niemand greep in. Ik kwam uit mijn cursus en liep naar de bushalte toe. Daar stonden een hoop mensen op de bus te wachten. Al gauw zag ik dat in het bushokje een groep schoolkinderen zaten waarvan er twee ruzie aan het maken waren, een jongen en een meisje. Ik denk dat ze rond de 10, 11 jaar waren. Die jongen hield het haar van het meisje vast en ze stonden een beetje met hun hoofden bij elkaar rondjes te draaien waarbij het meisje erg van streek was en niemand greep in en dan zijn het nog maar kinderen, die ruzie maken. Maar ze bleven allemaal als schapen staren naar het gevecht. Ik heb wel ingegrepen, dat deden ze vroeger bij ons ook en dat heb ik die jongen ook gezegd, toen hij boos vroeg of ik vroeger nooit ruzie maakte. Het meisje scheen iets kapot van hem gemaakt te hebben en daarom was hij met haar begonnen te vechten. Het meisje was erg van streek dus ik ben blij dat ik ingegrepen heb. Ik weet echt niet of ik in alle situaties zou ingrijpen, maar in dit geval begrijp ik niet dat mensen niet ingrepen, het waren tenslotte geen grote mannen die aan het vechten waren.

Reageer op Omstandereffect

Naam:
E-mailadres: (wordt niet weergegeven)
Website:
Nieuwsbrief: Abonneer mij op de nieuwsbrief van ConFront Coaching en Training
Reacties: Stuur mij een e-mail bij volgende reacties
Reactie:
  Om hier te kunnen reageren dien je geabonneerd te zijn op de nieuwsbrief.
 

ConFront is niet verantwoordelijk voor geplaatste reacties, aanvaardt geen enkele vorm van eventuele aansprakelijkheid en behoudt zich het recht zonder aankondiging reacties in te korten of te verwijderen, als dit gepast wordt geacht. Het veld 'website' is optioneel. Je link wordt gekoppeld na controle van de reactie.